Wow mijn boek staat al bij Amazon Nederland

Toen ik in 2013 besloot mijn boek bij Amazon uit te geven was dat mede vanwege geruchten dat de Nederlandse versie ‘voor de Kerst’ zou openen. En eh een klein beetje omdat ze een enorm gebruiksvriendelijke uitgeef-app hadden.

Die geruchten bleken niet helemaal te kloppen: pas sinds gisteren is er een Amazon.nl, en dan alleen een winkel vol digitale boeken.

Maar wat het mooie is: ik hoefde geen enkele moeite te doen om mijn boek in de Nederlandse winkel te zetten, dat had Amazon zelf al gedaan. Dus voor degenen die op de digitale versie zaten te wachten (en die zijn er): je kunt hem hier nu kopen (7,95 eur). Niet duur, maar ja je hebt het ook in 3 uur uit :-)

inbound marketing

Mijn blog op Bouwkennis over Mantelzorg en Maaike Wolfs

“Ik denk dat we met zijn allen nog heel erg moeten veranderen, bij andere culturen is het normaal dat je je ouders zelf verzorgt.” Maaike Wolfs praat vol overtuiging, ze heeft zich als bouwkundige gespecialiseerd in ‘mantelzorg’ oftewel de zorg door mensen uit de directe omgeving. Ze adviseert dan natuurlijk over aanpassingen aan de woningen van hulpbehoevenden. Want de Nederlandse staat trekt zijn handen steeds meer af van de zorg en hoopt dat de maatschappij het overneemt, onder andere met nieuwe wetgeving (om precies te zijn: ‘bijlage 2 van de wet BOR’) en maatregelen op gemeenteniveau. Over die wetgeving straks meer.
Maaike is sowieso erg ‘maatschappelijk verantwoord’ bezig merk ik, haar kindje krijgt zelfs uitwasbare luiers: “Ja er zit wel een papieren binnenkant in die je weggooit hoor, anders stop ik ze niet in mijn wasmachine. En als we een dagje weggaan neem ik gewoon wegwerpluiers mee, zo fanatiek ben ik nou ook weer niet.” Maaike weet het goed te vertellen: “Als je het over duurzaamheid hebt knaagt bij iedereen wel iets, ondanks dat we er luchtig over doen. Mensen roepen bijvoorbeeld heel laconiek ‘Afval scheiden? Het wordt toch allemaal bij elkaar gegooid’. Ik ben ook niet heilig hoor, maar ik vind dat je op zijn minst na moet denken over waarom je dingen doet.”

Klik hier om bij Bouwkennisblog verder te lezen

mantelzorg

B2B Content Marketing: je kennis als een T-model

t-model“Ik heb helemaal geen tijd om al die kennis te delen, Edwin. Want ik moet het eerst ook nog verzamelen natuurlijk.” Ik hoor het vaak, en ook nu weer bij een presentatie over Content Marketing in de industrie. Vaak is het bescheidenheid, want mensen zijn zich meestal niet bewust van hun expertise. Ze weten al best veel, maar denken dat iedereen dat weet. En die bescheidenheid is schijnbaar ook de reden dat 95% van de mensen op social media alleen maar kijkt en niets plaatst; mensen denken dat ze niets toevoegen blijkbaar. Maar over de vraag die volgde moest ik wel even nadenken: “Moet ik dan echt alles bijhouden over mijn vakgebied?” En toen  schoot het te binnen: het T-model. Maar eerst een paar stapjes terug. Want waarom moet iemand in godsnaam kennis delen?

Vanaf 20 januari mag ik voor STEM een serie Workshops geven over ‘Content Marketing in de Industrie’, klik hier voor details

Transparantie en vieze luchtjes

“Tien jaar terug vertelden ze dat ik mijn kennis voor me moest houden, en nu kom jij mededelen dat ik mijn kennis moet delen?” Ik wist niet goed of hij dit serieus bedoelde, maar blijkbaar toch wel. Een collega van een zusterbedrijf zag het helemaal niet zitten, dat kennis delen. Want jarenlang was hij op de vingers getikt als er wat ‘uitlekte’, en nu stond er iemand vooraan de klas die zei dat je alles uit moet laten lekken. Want ook al brengt transparantie kleine risico’s met zich mee, ze wegen niet op tegen de voordelen. Of zoals Jan-Willem Alphenaar het verwoordde: “Klopt, de concurrent kijkt mee. Maar de klant van de concurrent ook.” Niet dat het veel uitmaakt, want in de meeste bedrijven -zeker de grotere- is de angst voor transparantie groot. Ik gebruik op congressen vaak de quote “Als de ramen opengaan, zijn mensen méér bezig met de vieze luchtjes die naar buiten gaan, dan met alle frisse lucht die binnenkomt”, en meestal vinden medewerkers van vooral grote bedrijven dat heel herkenbaar. Toen ik iemand van een beleggingsmaatschappij laatst vroeg of ze al met content marketing bezig waren kreeg ik als antwoord “Ja, maar daar mag ik van de afdeling Compliance niet over praten.” Hij was dan ook erg jaloers toen ik vertelde dat de jurist bij MCB onderdeel van de content marketing is, omdat hij fotografie als hobby heeft. Kennis delen is steeds meer onderdeel van onze bedrijfscultuur. Maar wat levert dat kennis delen dan op?

Verkopers worden niet gebeld

“Sinds jouw workshop is de verkoop in onze webshop flink gestegen, Edwin.” Kayleigh Vlassak wilde enkele maanden terug een maatwerk-workshop (één op één) om content voor haar werkgever Slenders Beauty te gaan maken. Ik was haar sindsdien een beetje uit het oog verloren, dus dan is het mooi om maanden later te horen dat hun blogs daadwerkelijk betalende klanten aantrekken. Zo werkt het met kennis: je zet het online en mensen (met of zonder geld) komen er op af. Toen ik een verkoper laatst hoorde zeggen “Blijkbaar is niemand meer in mijn kennis geïnteresseerd, ik word niet meer gebeld” legde ik hem uit dat ze nog steeds geïnteresseerd zijn, maar nu bij Google beginnen met zoeken. En dat zijn kennis dus online moet staan. Dat hij dus eerst moet bepalen waarvan hij alles wil weten, wat zijn expertise is. Of eigenlijk: zijn ‘thought leadership’. Want je kunt wel expert zijn op een bepaald onderwerp, als je je kennis niet (online) deelt word je nooit een ‘thought leader’. Dat leiderschap bereik je niet, dat wordt je toebedeeld door de mensen in de markt. En om ‘thought leadership’ te kunnen verdienen moet je keuzes maken. En dat roept om het T-model.

Leonardo da Vinci en het T-model

Leonardo da Vinci sliep ‘s nachts niet, zo las ik onlangs. Hij was wat ze noemen een ‘polyphasic sleeper’, oftewel iemand die slechts af en toe een dutje doet. Hij had dus veel tijd over, en dat verklaart wellicht een andere naam die ze hem gaven, die van de ‘Renaissance Man': iemand die brede kennis heeft, maar zich verdiept in één of enkele expertises. In het geval van Leonardo ging het om meerdere (schilder, uitvinder etc.), maar als we het tegenwoordig hebben over een ‘Renaissance Man’ dan bedoelen we blijkbaar iemand die breed ontwikkeld is, maar zich in één specifiek onderwerp gespecialiseerd heeft. Zo iemand noemen ze een ‘T-shaped person’, een term die bedacht is door de CEO van IDEO, reeds in 1991. Deze Tim Brown legt het als volgt uit: “T-shaped people have two kinds of characteristics, hence the use of the letter “T” to describe them. The vertical stroke of the “T” is a depth of skill that allows them to contribute to the creative process. That can be from any number of different fields: an industrial designer, an architect, a social scientist, a business specialist or a mechanical engineer. The horizontal stroke of the “T” is the disposition for collaboration across disciplines. […] T-shaped people have both depth and breadth in their skills.” Vooral dat liggend streepje wordt steeds moeilijker, en dat heeft alles te maken met luchtbelletjes.

Eli Pariser met zijn filter bubble

Als jij en ik bij Google een zoekterm intypen, krijgen we verschillende zoekresultaten. Google houdt namelijk rekening met allerlei criteria (zoals eerder zoekgedrag) om te bepalen wat voor jou persoonlijk de beste resultaten zijn. En dat geeft een bijzonder effect, door Eli Pariser in deze boeiende video de ‘filter bubble’ genoemd. Ieder mens komt dankzij dit soort filtering in een ‘luchtbel’ terecht, een eigen wereld die bevestigt dat iedereen interessant vindt wat jij interessant vindt en dat iedereen jouw mening heeft. Hadden we als mediaconsument vroeger de keuze uit Nederland 1, 2 en 3 om ‘s morgens met collega’s over te praten, tegenwoordig kijken ze programma’s waarvan jij de naam niet eens kent.  En deze ‘filter bubble’ maakt de horizontale streep bovenaan je T natuurlijk kleiner, want grote delen van de maatschappij worden door goedbedoelde filtering door media-organisaties van je weggehouden. Het is voor mij reden om elke dag de krant nog te lezen, en in wachtruimtes willekeurig wat tijdschriften door te bladeren. Ontsnapping aan de ‘filter bubble’.

En dat is dus het antwoord op de vraag uit het publiek: het verzamelen van kennis hoeft niet veel tijd te kosten als je ‘thought leader’ wilt worden, vaak doe je het zelfs al. Zorg dat je breed (‘horizontaal’) ontwikkeld bent zodat je vol passie met je collega’s kunt praten, en zorg daarnaast dat je de grootste expert bent (‘verticaal’) op een specifiek onderwerp zodat je daarvoor gevonden wordt. De reden dat ik zelf de krant nog lees is omdat het me dwingt me horizontaal te ontwikkelen, en verticaal probeer ik me in ‘nieuwerwetsche’ B2B marketing te specialiseren. Het is goed te behappen allemaal, zeker omdat ik niet aan acquisitie hoef te doen. Dankzij het T-model weten klanten mij te vinden, en dat is precies hoe het zou moeten gaan. Magneten hebben de roeptoeters overbodig gemaakt.

Wil je leren hoe je bedrijf méér geld kan verdienen met lagere marketingkosten? Schrijf je in voor de Workshop Content Marketing in de Industrie die 20 januari begint, klik hier voor details. Let op: we houden bewust de groep klein.

Mijn interview met Rianne Dekker op Digital Content Marketing

“De filosofie achter inbound marketing is dat je mensen niet onderbreekt bij wat ze leuk vinden, maar dat je BENT wat ze leuk vinden.” Edwin Vlems is Marketing Manager bij MCB (metaalgroothandel) en sinds april parttime ondernemer. Hij geeft bedrijven o.a. advies over inbound marketing en is gespecialiseerd in B2B. Hij weidt in dit interview uit over het grote verschil tussen B2B en B2C, trends en uitdagingen. Ook geeft hij drie tips over B2B contentdistributie.

Klik hier om bij Digital Content Marketing verder te lezen

rianne dekker

Mijn blog op Marketingfacts over Contentaggregatie

“Ik deel geen artikelen op social media Edwin, dat vind ik zo laf.” Ik stond ervan te kijken, deze mening had ik nog niet gehoord. Zoals gebruikelijk adviseerde ik de mensen in mijn blog-workshop om hun kennis niet alleen te tonen via zelfgeschreven blogs, maar ook artikelen van anderen over hun ‘stokpaardje’ te delen. Zou bouw je ‘thought leadership’ immers, mensen gaan je dan echt met jouw expertise associëren. “Ik vind het zo makkelijk, pronken met andermans veren”, zo lichtte hij toe. Zo kun je er ook naar kijken inderdaad, alhoewel het volgens mij een uitzonderlijke mening is. Ik hoop het tenminste, want ben al sinds 2001 de helft van mijn werktijd artikelen aan het delen. En het heeft nog effect ook, zo bleek uit onderzoek dat we bij MCB in samenwerking met de Universiteit van Tilburg hadden uitgevoerd. Of ja, via een stagiair dan.

Klik hier om bij Marketingfacts verder te lezen

content aggregation

B2B Marketing: De terugkeer van het productgericht denken

Girl_with_a_Pearl_Earring_by_AndyBuck“Mensen willen geen boor maar een gat. En volgens mij willen mensen niet eens een gat, maar hun woonkamer verfraaien met een schilderij.” Een mooie reactie op mijn presentatie bij Berenschot over ‘Content Marketing in de industrie’. Het is een klassieke uitspraak, die van dat gat. En ondanks dat hij al 50 jaar oud is valt het me op dat het voor veel mensen nog steeds een eye-opener is. Ik roep het zelf dan ook al jaren: we moeten ophouden met denken vanuit het product, en denken vanuit de behoefte van de klant. Maar toen ik er op de terugweg over na begon te denken, viel het kwartje. Want we gaan weer helemaal terug naar het productgericht denken, en het is de schuld van content marketing. Ik leg straks uit waarom, eerst wat andere eye-openers uit de bijeenkomst.

Vanaf 25 november mag ik voor STEM een serie Workshops geven over ‘Content Marketing in de Industrie’, klik hier voor details

Andere marketing

Naar aanleiding van het onderwerp Content Marketing moesten de aanwezigen bij Berenschot in groepjes nadenken over hoe marketing volgens hen aan het veranderen is. Wat me in de groepspresentaties opviel is dat de conclusies gelukkig aansloten bij wat ik in mijn presentatie probeerde over te brengen. Zo kwam bij de meeste groepen de ‘transparantie’ en ‘authenticiteit’ regelmatig terug, en het groeiende belang van de medewerker als ‘marketinginstrument’. Waar marketeers volgens verschillende aanwezigen ook erg aan moeten wennen, is het loslaten van de regie. En dat is ook herkenbaar: als ik andere marketeers vertel dat ik een vrachtwagenchauffeur als collega heb die mij heeft leren twitteren, vinden ze dat opvallend. Vooral het feit dat ik me niet druk maak over zijn tweets en dat ik hem niet probeer te sturen, vinden ze raar: “Serieus? Ik wil dat alle communicatie via mij gaat.” Mijns inziens is het niet van deze tijd: de groeiende transparantie maakt communicatie steeds moeilijker te beheersen, en de vraag is natuurlijk of je dat ook moet willen. Met alle exponentieel toenemende communicatie tussen je medewerkers en de mensen in de markt zou je gek worden, het is slimmer om je aan te passen aan de nieuwe realiteit. Maar wat andere realiteiten betreft gaan we weer terug in de tijd, zoals bij de productgerichtheid.

Klanten bellen over producten

“Ja Edwin je kunt wel mooi praten over dat gat, maar als klanten mij bellen vragen ze toch bijna altijd naar de boor hoor.” Ik hoorde het regelmatig van mijn verkoopcollega’s als ik tijdens de kwartaalvergadering weer aan het orakelen was over klantbehoeften. En ze hadden gelijk: een klant belt ons niet of we zijn constructie-behoeften willen bevredigen, hij wil een paar meter stalen buizen bestellen. “Ja maar” riep ik dan altijd “je kunt dan toch doorvragen naar de behoefte? Je wordt dan een soort consultant, en dat is ook veel leuker.” En voor mijn gevoel had ik dan gelijk, en misschien was dat ook wel. Maar nu niet meer…
…want nu is er content marketing. De meeste koopprocessen beginnen bij Google, dus moet je zorgen dat je daar gevonden wordt. En wat me heel erg opvalt als ik de zoekopdrachten in onze markt analyseer: mensen typen vooral producten in. Aluminium kokers, stalen buizen, dat soort dingen. Bijna niemand die het over behoeften heeft. En dat betekent dat we opnieuw 180 graden moeten draaien. Heb ik jarenlang geroepen dat we onze marketing niet productgericht maar marktgericht moeten doen, nu kan het weer andersom. Mensen typen producten bij Google in en dus moet je een landingspagina maken waar deze producten op beschreven worden. Want anders landen ze op het vliegveldje van de concurrent. En onderaan die blogs over producten mag je best praten over behoeften die bevredigd worden, maar er zal toch een link naar de productkoop moeten komen. Naar je webshop, of naar de persoon in het bedrijf die het product verkoopt of die er op zijn minst het meeste vanaf weet.

“Edwin we willen de commerciële organisatie weer productgericht maken. Daar zul jij niet blij mee zijn.” Inderdaad: jaren terug zou ik felle tegenstand hebben gegeven. Maar nu leg ik me er bij neer: het productconcept is terug van weggeweest. En ach als dat de manier is waarop je tegenwoordig geld moet verdienen, wie ben ik dan om daarop tegen te zijn? Uiteindelijk draait het daar bij marketing om, en dus ook bij content marketing in de industrie. Want voor niets komt alleen de zon op.

Wil je leren hoe je bedrijf méér geld kan verdienen met lagere marketingkosten? Schrijf je in voor de Workshop Content Marketing in de Industrie die 25 november begint, klik hier voor details. Let op: we houden bewust de groep klein.

Waarom Jumbo juist nu de kant van Zwarte Piet moet kiezen

Zwarte_Piet_-_Henk_Elsink“Nu Albert Heijn ervoor kiest om Zwarte Piet te laten vallen, zullen de andere winkelketens wel volgen”, zo hoorde ik de diskjockeys van Radio 538 tegen elkaar vertellen. Maar zo logisch is dat niet. Want los van hoe je in deze discussie staat, marketingtechnisch is er best een goede reden voor runner-up Jumbo om juist de kant van Zwarte Piet te kiezen. En dat heeft alles te maken met het internet, en het effect dat het op mensen heeft gehad.

Wat AH laat vallen kan Jumbo opvangen

“Time to loosen up a little.” Dat is de ondertitel die Trendwatching.com gaf aan een trend die men al in 2010 signaleerde: Maturialism. Hun redenering was als volgt bij deze trend:

  • Internet heeft mensen (jonger) ‘volwassener’ gemaakt, ze zijn niet snel meer gechoqueerd
  • Bedrijven mogen best wat ruiger zijn, en risico’s nemen: “These consumers increasingly appreciate brands that push the boundaries.”. Dat is wat ze ‘Maturialism’ noemen.
  • De meeste bedrijven gedragen zich echter nog politiek correct, waarmee ze kansen missen.

Kortom: de reacties van de paar mensen die je nog choqueert door een stelling in te nemen, wegen niet op tegen de goodwill die je kweekt bij de grote massa (96% in het geval van Zwarte Piet blijkbaar), die het waardeert dat je stelling neemt. De mensen van Trendwatching.com formuleren het mooi: “Savvy, streetwise consumers are bored, if not downright distrustful of the conventional consumer-producer relationship, and now look for brands and products that are more authentic, more human, and quite simply more mature.”
En nu Albert Heijn ervoor kiest om Zwarte Piet (deels) te laten vallen, heeft Jumbo de kans om hem op te vangen. Juist Jumbo, want daar zit nog een familie achter die stelling durft te nemen (diep weggestopt dan, want zoals ik in een eerder blog schreef begint men ook daar de oren te laten hangen naar ‘wat hoort’). En dus is deze beslissing van AH een kans om te laten zien dat men nog stelling kan nemen. En stelling nemen wordt marketingtechnisch steeds belangrijker, hoe moeilijk dat voor marketingafdelingen ook is.

Dictatuur van de minderheid?

“De mensen van Starbucks gaven ons onderdak”, zo las ik over de rellen in Istanbul op het Taksim-plein. En het verbaasde me ook niet: Starbucks had in de discussie over homo-huwelijken al laten zien dat er voor het eerst een groot merk besloot stelling te nemen, en niet probeerde om iedereen tevreden te houden. In een eerder blog over dit onderwerp leende ik een mooie quote: “Merken moeten niet positioneren, maar een positie innemen.”
Wat me opvalt in een discussie die ik tijdens het schrijven van dit blog heb met Chanel Lodik, is dat zij hetzelfde argument in de Pieten-discussie andersom gebruikt: “Eindelijk een bedrijf dat niet gaat voor het grote geld, maar kiest voor principes.” En dat maakt het alleen maar boeiender om erachter te komen hoe het beslissingsproces bij Albert Heijn is gegaan: is dit een bedrijf dat zich laat leiden door principes, of door angst voor een minderheid? Want die angst is er blijkbaar.
“We leven in een dictatuur van de minderheid,” zo verwoordt Sebastien Valkenberg het in een interessant artikel in NRC. Hij noemt meerdere voorbeelden uit verschillende landen waar cultureel erfgoed los wordt gelaten na protest van minderheden. En na het laatste voorbeeld over een Nietzschz-debatclub die werd verboden vanwege de ideeën van de oprichter verzucht hij:  “De hefboom van de verontruste enkeling had zijn werk weer gedaan.”

Hoe de beslissingsprocessen bij Albert Heijn hebben gelopen: het zou mooi zijn als het vanuit een principe is gebeurd. Als de oude heer Heijn zelf ook een hekel had aan de discriminerende eigenschappen van ons culturele erfgoed. Het zou dan net zo mooi zijn als Jumbo de kant van Zwarte Piet zou kiezen, bijvoorbeeld omdat de oude heer Van Eerd zoveel op had met het Sinterklaasfeest en alles wat daarbij hoort. Wat zou het mooi zijn als bedrijven een positie innemen, zodat je weet waar ze voor staan. Die merkfans waar ze al jaren over praten zouden er dan echt komen, mensen die naast een merk gaan staan omdat ze een positie innemen die bij hen past. Waar ze zelf ook staan. Of je nou voor of tegen Zwarte Piet bent, maakt dan niet meer uit. Ik ben benieuwd of het ooit zover komt. Want dan is het niet meer zo logisch dat merken de marktleider volgen, en misschien wel haaks erop gaan staan. In een positie die bij ze past.

Update: Jumbo maakt de juiste keuze…